Wanneer je denkt aan de beste films uit deze eeuw, denk je al snel aan George Millers “Mad Max: Fury Road”, David Finchers “The Social Network” of Bong Joon Hos “Parasite”. Steve McQueens “12 Years a Slave” past in dat rijtje. De film is een mijlpaal in het vakmanschap van een regisseur op de toppen van zijn kunnen, zonder dat het een film is met geen enkele minpunten.
“12 Years a Slave” is gebaseerd op de memoires van hoofdpersonage Solomon Northup (Chiwetel Ejiofor), die als een vrij man werd ontvoerd en tot slaaf gemaakt in het zuiden van Amerika. Zijn eerste meester is Ford (Benedict Cumberbatch), die voor zover een slavenhouder barmhartig kan zijn, barmhartig is. Landopzichter Tibeats (Paul Dano) voelt zich getart door Northup en na een moordpoging wordt de tot slaaf gemaakte door Ford verkocht aan sociopaat Epps (Michael Fassbender).
De film is uiterst pijnlijk; het is moeilijk om niet gedurende enkele scènes van het scherm weg te kijken. Een shot van Northup die aan een touw om een boomtak hangt, waarbij hij met z’n voeten net tot aan de grond komt waardoor hij net-wel-net-niet langzaam stikt, duurt zo lang (uren in het verhaal, minuten op het scherm) dat de pijn bijna fysiek voelbaar is. Bij een andere scène, waarbij de rug van het karakter Patsey (Lupita Nyong’o) dusdanig zwaar wordt toegetakeld door zweepslagen dat het bloed door de lucht vliegt, is de drang om je ogen te sluiten groot.
Belangrijk is om dit niet te doen. Wat je ziet in “12 Years a Slave”, is een waargebeurd verhaal uit een waargebeurde geschiedenis. Het is mensheid op z’n lelijkst, en Steve McQueen deinst geen moment terug om de ongemakkelijke en brute waarheid te tonen. We hebben elkaar dit aangedaan. Dat enkele shots de schoonheid van de natuur tonen, maakt het extra verdrietig: de wereld had zo’n mooie plek kunnen zijn.
Een jaar voor Steve McQueens magnum opus verscheen Quentin Tarantino’s slavenepos “Django Unchained”, films die met elkaar in conversatie staan. Django, hoe vermakelijk ook, verbleekt echter bij de rauwe werkelijkheid van “12 Years a Slave”. Tarantino heeft z’n film doorspekt met karakters die meer karikaturen zijn dan vleesgeworden vertellingen van de geschiedenis. Dat is geen kritiek. Ze zijn grappig, heroïsch, grootser dan het leven. DiCaprio heeft de tijd van z’n leven en dat merk je als kijker ook.
“12 Years a Slave” heeft niets van dat. Als de aftiteling op het scherm komt (en lang daarna) is er alleen ruimte voor stilte en overdenking over wat zich net heeft afgespeeld. Er is geen held die wraak neemt, geen genoegdoening, geen gerechtigheid. Het einde van de film, waarin Northup zich (spoiler) verontschuldigt aan zijn gezin bij de langverwachte reünie, is precies zoals het was. Er is geen morele winnaar. Dat maakt de kracht van de film grootser.
In dat laatste aspect schuilt ook een minpunt. Tegen het einde van de film ontmoet Northup timmerman Bass: laatstgenoemde besluit te hulp te schieten en stuurt een brief naar de kennissen van Northrup, om zo achter zijn papieren te komen waarmee zijn vrijheid bewezen wordt. Brad Pitt speelt de rol van Bass, wat uiterst afleidend is. De film heeft meer cameos (Paul Giamatti, Bryan Batt) maar geen haalt je zo uit het moment als het hoofd van Tyler Durden. Dan komt nog het pijnlijke erbij dat Pitt producer van de film was en zo zichzelf gecast kan hebben als redder in hoge nood – toen “12 Years a Slave” de Oscar in 2014 won voor beste film, nam Pitt als eerste op het podium het woord. De witte man als held van de dag. Pijnlijk bij zo’n monumentaal verhaal.
Sommige andere minpunten van de film – zoals dat de muziek van Hans Zimmer verdacht veel lijkt op zijn werk uit Inception, of dat sommige shots in de eerste akte verdacht veel weghebben van computergegeneerd – vergeef je sneller. McQueen vroeg zich af waarom iedereen het dagboek van Anne Frank kent en vrijwel niemand het boek van Northup gelezen heeft. Dat is een terechte vraag. Nu, meer dan tien jaar na het verschijnen van McQueens film, is de conclusie dat de missie tot kennismaking van de regisseur is gelukt. “12 Years a Slave” is te goed om te negeren.

Laat een reactie achter